Iedereen in de zorg kent het belang van standaarden. Zonder uniforme afspraken kunnen zorgverleners, zorgverzekeraars, servicebureaus en softwareleveranciers niet betrouwbaar met elkaar communiceren.
Maar wat gebeurt er wanneer wetgeving verandert, terwijl de technische standaarden daar niet of slechts gedeeltelijk op aansluiten? Precies dat lijkt momenteel het geval te zijn bij de registratie van het geslacht van transgender en non-binaire personen in het Nederlandse zorgdeclaratieverkeer.
De praktijk
Volgens de informatie van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) kan een rechter bepalen dat op de geboorteakte een X wordt opgenomen voor personen die zich niet als man of vrouw identificeren. In de Basisregistratie Personen (BRP) wordt deze registratie echter technisch verwerkt als
O (onbekend/onbepaald).
Dat is op zichzelf al een interessante vertaalslag:
Op het paspoort: X in het BRP: O
De internationale NEN/ISO-codering kent de volgende aanduiding:
0 = onbekend
1 = man
2 = vrouw
9 = niet gespecificeerd
Maar dan begint het probleem
Als we een zorgdeclaratie testen op de validatieregels voor declaratiestandaarden blijkt iets opvallends:
- Geslachtscode 0 wordt afgekeurd.
- Geslachtscode 9 wordt geaccepteerd.
- Tegelijkertijd beschrijven de bedrijfs- en controleregels (RBC) dat uitsluitend 1 of 2 zijn toegestaan.
Met andere woorden: De declaratiestandaard, de technische validatie en de praktijk zijn niet volledig met elkaar in overeenstemming op dit punt.
Dat roept vragen op.
Wat is dan de juiste implementatie?
Moet een persoon met een officiële X op de geboorteakte en met 0 in de BRP worden gedeclareerd als:
- 0 (onbekend)?
- 9 (niet gespecificeerd)?
- Of toch als 1 of 2 omdat bepaalde controles dit vereisen?
Dus een eenduidige landelijke afspraak.
Nog ingewikkelder: medische controles
In de zorg bestaan veel geautomatiseerde controles waarbij het geregistreerde geslacht onderdeel is van de validatie op een rechtmatige zorgdeclaratie door de zorgaanbieder.
Denk aan bijvoorbeeld:
- zwangerschap;
- geboortezorg;
- gynaecologische behandelingen;
- prostaatzorg;
Een transgender man kan bijvoorbeeld zwanger zijn.
Een transgender vrouw kan nog steeds een prostaat hebben.
Wanneer administratieve registraties, de medische werkelijkheid en declaratiestandaarden niet op elkaar aansluiten, ontstaan onnodige afwijzingen, handmatige correcties en daarmee extra administratieve lasten.
Dat is niet alleen belastend voor zorgverleners, maar uiteindelijk ook voor verzekerden.
Ook interessant in deze is de internationale vergelijking
Nederland kent inmiddels juridische mogelijkheden voor een X op de geboorteakte en op identiteitsdocumenten.
Maar in de BRP bestaat geen afzonderlijke categorie voor non-binair; hiervoor wordt de technische registratie O gebruikt.
Andere Europese landen hebben hierin inmiddels andere keuzes gemaakt.
Zo kent Duitsland de categorie “divers” in de burgerlijke stand.
Ook IJsland, Malta en Oostenrijk kennen een expliciete wettelijke registratie voor personen die niet uitsluitend als man of vrouw worden geregistreerd.
De nieuwste declaratiestandaarden
Het goede nieuws is dat de nieuwste GDS801-standaard laat zien dat ook binnen de Nederlandse standaardisatie wordt nagedacht over deze problematiek.
Daarin is het geslacht niet langer een verplicht gegeven binnen het declaratieverkeer tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar, maar uitsluitend nog relevant voor communicatie met servicebureaus.
Misschien is dit wel een eerste stap naar minimalisatie van persoonsgegevens waarin uitsluitend die gegevens worden uitgewisseld die daadwerkelijk noodzakelijk zijn voor de verwerking van een declaratie.
De echte vraag
De discussie gaat uiteindelijk niet over een code uit een codelijst, de discussie gaat over interoperabiliteit.
Wanneer wetgeving, basisregistraties, internationale normen, declaratiestandaarden, validatieregels en software verschillende definities hanteren, ontstaat aannames, fouten en extra kosten in o.a. de zorg.
Moraal van het verhaal
Eenduidige communicatie ontstaat niet door méér regels, maar door regels die overal hetzelfde betekenen.
Wanneer de overheid een bepaalde registratie mogelijk maakt, zouden landelijke zorgstandaarden, validatieregels en software-implementaties daar zonder interpretatieverschillen op moeten aansluiten.
- Dat voorkomt foutmeldingen.
- Dat voorkomt afwijzingen.
- Dat voorkomt maatwerk.
Hoe zorgen we ervoor dat wetgeving, standaarden én implementaties weer volledig synchroon lopen? Promeetec levert hiervoor haar input in landelijke werkgroepen maar ook door direct contact met de alle stakeholders die betrokken zijn rondom de zorgdeclaraties.


